Dyslexiezorg Noord Nederland
Sluiten
Header placeholder
  1. Cliƫnttevredenheidscijfer is een 8.7!
  1. HomeBlue triangle
  2. OudersBlue triangle

Als je kind dyslexie lijkt te hebben...

Als het lezen en/of spellen moeizaam gaan, kan dat voor uw kind - en u als ouder - onzekerheid en ook pijn opleveren. Het kind vraagt zich af waarom het lezen niet lukt, terwijl klasgenoten vlot lezen en schrijven. Kinderen kunnen al tussen de herfst en de kerst van groep 3 gevoelens van onzekerheid, angst en schaamte opbouwen. Waarom lukt het lezen niet goed? Extra oefening stuit dikwijls op grote weerstand van het kind; leesbegeleiding thuis en op school levert strijd op. De invloeden van de dyslexie op het sociale en emotionele functioneren zijn krachtig en zijn aandachtsgebieden tijdens de behandeling.

 

Scholen zijn scherp op leerachterstanden en het sociaal-emotioneel functioneren van het kind. Nu de dyslexiezorg - onder voorwaarden - vergoed wordt door de gemeenten, bestaat de mogelijkheid dat kinderen doorverwezen worden naar een specialistisch instituut, zoals Dyslexiezorg Noord-Nederland (DZNN).

 

Om voor vergoede dyslexiezorg in aanmerking te komen, zijn door de overheid eisen gesteld; het secretariaat geeft u hierover graag informatie. U kunt ook deze site verder raadplegen; zie: Vergoeding dyslexiezorg.

Dyslexiezorg Noord-Nederland ondersteunt u desgewenst met het invullen van het aanmeldingsformulier. Ook de school dient een aanmeldingsformulier in te vullen.

"Een kind met ernstige dyslexie heeft een groot risico op het ontwikkelen van faalangst; het kind kan gemakkelijk in een vicieuze cirkel terecht komen: weinig vooruitgang bij het lezen leidt tot verlies aan zelfvertrouwen, tot verlies aan controle. Verlies van controle (‘ik wil wel maar ik weet niet hoe’) leidt tot gevoelens van hulpeloosheid. Hulpeloosheid leidt tot angst om te falen. De spanningen die de leesproblemen met zich mee brengen, kunnen overdekt worden met stoer gedrag, terugtrekken in eigen schulp of een schijnbare onverschilligheid. Thuis hoeft het kind de schijn niet meer op te houden en komen de spanningen naar buiten, met moeilijk gedrag en vaak ook met lichamelijke reacties (buikpijn, hoofdpijn, slecht slapen, bedplassen, stotteren, gebrek aan eetlust). Bij het voorkomen of doorbreken van die vicieuze cirkel vormen de oprechte betrokkenheid van de behandelaren op het kind, de zorgvuldige omgang van de behandelaren met ouders en school en effectieve behandelprogramma's essentiële factoren."

Bonny de Groot (M SEN), is opgeleid als leerkracht; als consulente onderhoudt zij contact met leerkrachten en intern begeleiders.