Dyslexiezorg Noord Nederland
Sluiten
Header placeholder
  1. Cliƫnttevredenheidscijfer is een 8.7!
  1. HomeBlue triangle
  2. OudersBlue triangle
  3. WetenswaardighedenBlue triangle

Wetenswaardigheden



Definitie van het probleem en enkele wetenswaardigheden
Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van de woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen). De hardnekkigheid blijkt uit de discrepantie tussen inspanning en resultaat. De automatisering van klank/tekenkoppeling komt ook na langdurig en herhaald oefenen niet op gang. Het probleem manifesteert zich op klank/tekenniveau. Intelligente dyslectici omzeilen hun problemen en vallen in het basisonderwijs niet op; de latente problematiek wordt vaak pas in het Voortgezet Onderwijs (VWO/HAVO) manifest wanneer meerdere talen met eigen specifieke klank/tekenkoppelingen in korte tijd geautomatiseerd moeten worden.

Wat zie ik in de klas, hoe herken ik dit gedrag /deze stoornis?
Aandachtsproblemen: deze leerlingen hebben meer dan gemiddeld moeite om:
  • Het spellingsproduct is veel slechter dan van klasgenoten. Opmerkelijk zijn de fouten in de spelling m.b.t. de klank/tekenkoppeling (de zgn. luisterwoorden).
  • De leerling is niet of nauwelijks in staat om eigen werk op spelling te corrigeren.
  • Het (stil)lezen verloopt veel trager dan bij de klasgenoten.
  • Hardop lezen is slordig, leerling leest niet wat er staat.
  • De leerling presteert op andere onderdelen niet minder dan zijn/haar klasgenoten.

De beste aanpak in de klas
Informeer bij de zorgcoördinator, leerjaarcoördinator of remedial teacher of de leerling een dyslexieverklaring bezit.
Indien ja: rekening houden met gemaakte afspraken* indien de school een dyslexieprotocol hanteert.
Indien nee: informeer de coördinator of remedial teacher over je bevindingen.
Vraag na of de leerling is opgevallen bij de screening naar LSP in de brugklas of bij de spel- leesprestaties bij de moderne vreemde talen.
  • Kijk door de spellingfouten heen naar de kwaliteit van de taal. Beoordeel en /of bespreek die kwaliteit.
  • Help bij de correctie van eigen werk en/of laat de leerling op een computer met spellingcontrole werken.
  • Laat de leerling niet te veel bordwerk overnemen; verstrek zonodig een kopie.
  • Maak gebruik van hulpmiddelen zoals: daisy-spelers, leespennen, computerleesprogramma’s, voorgelezen studieboeken, etc.
  • Geef extra mondelinge uitleg bij geschreven opdrachten.
  • Laat plaatjes bij teksten staan.
  • Geef extra tijd bij schriftelijke opdrachten.
  • Zorg voor positieve bekrachtiging. Geef veel complimenten.
  • Wees alert op faalangst.
  • Maak gebruik van pre-teaching. Leg nieuwe stof vooraf mondeling uit.
  • Zorg voor positieve leerervaringen en succeservaringen in lezen en schrijven/spellen.

* In vele gevallen bestaat die afspraak uit het aanbieden van de mogelijkheden die de wet toestaat bij landelijke examens: opdrachten en leeswerk in een groter lettertype, tekst op een geluidsdrager en tijdsverlenging bij proefwerken.
 
In ieder geval niet doen
  • Een onverwachte leesbeurt voor een langzame lezer. Laat een leesbeurt thuis voorbereiden.
  • Een onverwachte spellingtoets bij een slechte speller.
  • Het probleem ontkennen!
  • Een dyslectische leerling aansporen meer aandacht aan spelling te besteden of harder te leren.
 
Bron: Cordys Onderwijstrajecten